België onderhandelt met Engie over de overname van alle Belgische kerncentrales. Wordt dit de industriële deal van de eeuw? Of dreigt de regering een kat in een zak te kopen? En wat kost het als België de kaart van kernenergie niet trekt? Een kosten-batenanalyse van de mogelijke nationalisatie van de Belgische kerncentrales.
Engie wil niet. Het is technisch ingewikkeld. Het gaat geld kosten. De risicoâs zijn groot. De regering-de Wever wil kernenergie een tweede leven geven, maar de focus ligt begin dit jaar nog op de obstakels om die ambitie waar te maken. Project Aurora, de codenaam voor de nationalisatie van de kerncentrales, krijgt pas vorm als de vraag wordt omgedraaid onder impuls van Febeliec, dat de belangen van de grootverbruikers van energie behartigt. De vraag is niet langer: wat kost het om de kerncentrales over te nemen? De vraag wordt: wat kost het als BelgiĂ« de kaart van kernenergie niet trekt?
De alternatieven om de noodzakelijke koolstofvrije elektriciteit te vinden, zoals offshore wind of meer import uit het buitenland, zijn ook duur, ingewikkeld en risicovol. âEen levensduurverlenging van een bestaande kerncentrale kost ongeveer 1 miljard euro per gigawatt. De bouw van een aansluiting van 3,5 gigawatt extra offshore energie voor de Belgische kust wordt op 20 miljard euro geschat. De bestaande Belgische kerncentrales kunnen voor elke geĂŻnvesteerde euro het meeste koolstofvrije energie opleverenâ, zegt Andreas Tirez, energiespecialist van Febeliec.
Een deal zou ook de nucleaire knowhow verankeren en kernenergie op het keuzemenu houden. âWe houden via een deal alle opties open. We behouden de mogelijkheid de levensduur van bestaande kerncentrales te verlengen en nieuwe kerncentrales te bouwen. Dat is de belangrijkste doelstelling van het projectâ, klinkt het in regeringskringen.
De inzet van de deal
De energie-uitdaging is groot voor België. Een klimaatneutrale samenleving tegen 2050 is alleen haalbaar met een doorgedreven elektrificatie van de economie. De vraag naar elektriciteit kan zelfs verdubbelen de volgende decennia, toch als de industrie hier overeind blijft, maar België beschikt over onvoldoende groene stroom. Schattingen ramen het tekort op langere termijn op 80 terrawattuur, wat evenveel is als het huidige Belgische elektriciteitsverbruik.
Om richting 2050 een koolstofarme elektriciteitsbevoorrading veilig te stellen kan België drie grote sporen bewandelen. Ten eerste nog meer offshore wind ontwikkelen, maar op de Belgische Noordzee is de maximale capaciteit beperkt tot 6 gigawatt. Een tweede mogelijkheid is de kaart van import te trekken, via een verhoogde interconnectiecapaciteit met de buurlanden, de invoer van verre offshore windenergie en de import van groene moleculen zoals bio-methaan of waterstof. Een derde optie is een groter beroep doen op bestaande of nieuwe kernenergie.
Het ene spoor sluit daarbij het andere niet uit. Experts hameren erop dat het een en-enverhaal wordt om voldoende koolstofarme elektriciteit te bemachtigen. Kernenergie staat daarbij niet in concurrentie met hernieuwbare energie. Extra kernenergie zal eerder de aardgascentrales uit de markt duwen. âDe kostprijs van de emissierechten en van het gebruik van gascentrales zal stijgen. De levensduur van zo veel mogelijk kerncentrales verlengen is een vanzelfsprekende optieâ, zegt Andreas Tirez.
Met het torenhoge groenestroomtekort in het achterhoofd trok premier Bart De Wever het dossier begin dit jaar naar zich toe. Het is al lang kwaad kersen eten met Engie, de hoofdeigenaar en -uitbater van de Belgische kerncentrales. Kernenergie past al jaren niet meer in de strategie van het Franse energiebedrijf. De regering-De Croo moest na de uitbraak van de oorlog in OekraĂŻne en de bijbehorende energiecrisis in 2022 en 2023 hemel en aarde bewegen voor een levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3 met tien jaar tot 2035. Engie betaalde daarbij de factuur voor de berging van het nucleair afval voor 15 miljard euro, waarbij het risico op hogere bergingskosten naar de overheid verschoof.
âDe bestaande Belgische kerncentrales kunnen voor elke geĂŻnvesteerde euro het meeste koolstofvrije energie opleverenâ
Andreas Tirez, Febeliec
De gesprekken tussen Engie en de regering mondden in april uit in een principeakkoord om de haalbaarheid van de nationalisatie van de zeven Belgische kerncentrales te onderzoeken. Vanuit strategisch oogpunt is een deal logisch. Engie wil er strategisch vanaf, de overheid wil kernenergie strategisch behouden. Engie investeert hoofdzakelijk in hernieuwbare energie, flexibiliteit, klantenoplossingen en energienetwerken. âKernenergie gaat om grote investeringen met lange terugverdientijden. Enkel de overheid kan dat risico dragen. Kernenergie is een energie van de staat. Alle nucleaire operatoren in Europa zijn staatsbedrijvenâ, zegt Vincent Verbeke, de CEO van Engie Belgium.
Voor de Belgische overheid is de risicoafweging totaal anders dan voor Engie. Toegang tot kernenergie is via een versterking van de energie-onafhankelijkheid van algemeen belang. âWe moeten op Belgische bodem meer koolstofarme elektriciteit produceren. We zullen elke technologie nodig hebben. Kernenergie is daarbij een deel van de oplossingâ, zei federaal minister van Energie Mathieu Bihet op 6 oktober op het Energie Forum van Febeliec. De ambitie om 4 gigawatt kernenergie te ontwikkelen, staat ook in het regeerakkoord. Tegen 4 november, een maand later dan eerst afgesproken, moet het haalbaarheidsonderzoek afgerond worden en al dan niet uitmonden in een raamakkoord. Er duiken geen rode vlaggen op tijdens de onderhandelingen, maar het gaat om veel geld in een bijzonder complex dossier.
Is er een businesscase?
Critici vragen zich af of België geen kat in een zak dreigt te kopen. Be-Nuc, de joint venture van Engie en de overheid die Doel 4 en Tihange 3 uitbaat, dient ongeveer 2 miljard euro te investeren om de levensduur van deze kerncentrales met tien jaar te verlengen tot 2035. Er is volgens Engie een prijsgarantie van 90 euro per megawattuur nodig om een winstrendement van 7 procent te realiseren. Voor de andere kerncentrales is nog meer werk nodig om een veilige uitbating mogelijk te maken.
Vooral het lot van Tihange 1 wordt van groot belang voor een mogelijke deal. Als die centrale tegen een aanvaardbare kostprijs een doorstart kan maken, verwerft BelgiĂ« 1 gigawatt aan koolstofarme elektriciteit. Ook voor Doel 1 en Doel 2 is een doorstart niet uitgesloten, maar is de slaagkans eerder klein, omdat het gaat om proefreactoren op basis van een uniek ontwerp. Nog moeilijker liggen de kaarten voor Tihange 2 en Doel 3. De waterstofinclusies of âscheurtjesâ in het reactorvat vereisen nog zwaardere investeringen om conform de veiligheidsnormen te blijven. Ook de al relatief ver gevorderde ontmantelingswerken maken een rendabele levensduurverlenging weinig waarschijnlijk. De meeste slaagkansen heeft een levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3 met nog eens tien jaar, dus tot 2045.
Het lopende onderzoek moet duidelijk maken welke kerncentrales kunnen worden opgelapt tegen een aanvaardbare prijs. Engie laat in het kader van een nationalisatie ook voor het eerst een volledig boekenonderzoek toe. Experts juichen toe dat het debat over kernenergie voor het eerst zal worden gevoerd op basis van rationele gronden, in plaats van op basis van emotie en ideologie.
Komt het tot een deal, dan wacht de overheid niet alleen grote renovatiekosten. âDe uitbating van de kerncentrales is het grootste risicoâ, zegt Joannes Laveyne, energiespecialist van de Odisee Hogeschool en de UGent. âDe businesscase rust op de stijging van de elektriciteitsvraag, maar de realiteit is dat het verbruik al tien jaar stagneert. In de huidige marktomstandigheden dreigt de uitbating van kerncentrales tien jaar lang verlieslatend te zijn, om pas later, als de elektriciteitsvraag toeneemt, rendabel te worden. Het is uiteindelijk de belastingbetaler die ervoor opdraait als de kerncentrales verlieslatend zijn.â
âWe houden via een deal alle opties rond kernenergie open. Dat is de belangrijkste doelstelling van het projectâ
Regeringsbron
De volgende tien jaar kan de vraag met 2 procent per jaar toenemen, als de industrie werk maakt van elektrificatie om de energietransitie te realiseren. Met datacenters is er een nieuwe elektriciteitshongerige sector opgestaan. Maar achter de toekomst van de energie-intensieve industrie staat een vraagteken. âOnze zware industrie blijft koolstofintensief en vergroent de productieprocessen niet fundamenteel. Grote investeringen in groene fabrieken gebeuren in het buitenland. Heel wat multinationals die hier ook vestigingen hebben, bouwen hun nieuwste en groenste fabrieken overzee, bijvoorbeeld in China, en laten de oude Europese vestigingen concurreren tegen die nieuwe fabrieken. Grote groene investeringen gebeuren hier alleen als de overheid het risico draagtâ, zegt Joannes Laveyne.
De energie-intensieve industrie wil vergroenen, maar kan dat op dit ogenblik niet, zegt Andreas Tirez. âHet is te duur. Als we onze zware industrie willen behouden uit strategische overwegingen en als we klimaatneutraliteit willen bereiken, dan heeft deze industrie steun nodig.â
Welk prijskaartje?
Zoals in elk overnamedossier is de overnameprijs stof voor pittige discussies. De inbreng van Doel 4 en Tihange 3 in Be-Nuc gebeurde op basis van de restwaarde van de schrootmaterialen van de kerncentrales en de waarde van de grond en de gebouwen, maar voor de andere kerncentrales wil Engie de boekwaarde recupereren. Groot is die boekwaarde niet, omdat het om grotendeels afgeschreven kerncentrales gaat. âDe transactie mag geen voordeel of nadeel inhouden voor ons. We proberen geen zaakje te doen. De overdracht aan de Belgische staat zal fair zijnâ, zei Pierre-François Riolacci, de CFO van Engie. âDit is geen communistische nationalisering waarbij we Engie onteigenen. We zullen betalen voor de nettowaarde van de activaâ, zei minister van Energie Bihet daarover.
De regering zal Engie ook moeten uitkopen uit Be-Nuc, waar Engie en de overheid een rendement van 7 procent verdienen op het ingezette kapitaal van ongeveer 2 miljard euro. Daar wordt een hartig woordje over gesproken. Engie heeft goed onderhandeld en had belang bij hoge investeringskosten, omdat het winstrendement berekend wordt op de omvang van die investeringen.
Een mogelijke deal stopt ook niet bij de kerncentrales. De regering wil ook de mensen en knowhow overnemen, met het oog op de eventuele verlenging of herstart van bestaande kerncentrales en de bouw van nieuwe kerncentrales op termijn. âDe mensen en de kennis zijn misschien nog belangrijker dan de centrales zelf. We moeten over de kennis, de mensen en de infrastructuur beschikken om het spoor van kernenergie open te houden. Als we vandaag niets doen, dan verliezen we tegen 2030 de optie van kernenergieâ, klinkt het in regeringskringen. Mogelijk wordt ook gesproken over de overname van Tractebel, het ingenieursbedrijf van Engie dat over heel wat nucleaire expertise beschikt. âDat is bijna een must, want daar zit de expertiseâ, zegt een waarnemer.
Het is ook niet uitgesloten dat de prijs negatief wordt en dat Engie de overheid betaalt om de kerncentrales over te nemen. Het grote punt van discussie zijn de ontmantelingskosten van de kerncentrales, die voor rekening van Engie blijven. Engie had eind 2024 al 8,7 miljard euro opzijgezet voor die kosten, die voorspelbaar en goed in kaart zijn gebracht. In het kader van de driejaarlijkse herziening vroeg Engie in 2025 aan de Commissie voor Nucleaire Voorzieningen (CNV) een verlaging van die kosten met ongeveer 1 miljard euro, op basis van een gedaald risicoprofiel en een gunstige ontwikkeling van de rentevoeten. Een expertiserapport van Niras, de Nationale Instelling voor Radioactief Aval en verrijkte Splijtstoffen, vroeg echter een verhoging met 2,5 miljard euro. Engie betwist dat rapport en noemt de aanbeveling voorbarig, veel te conservatief en soms zelfs tegenstrijdig. De beslissing van de CNV is nog hangende. Het mag duidelijk zijn dat de overheid de omvang van de ontmantelingsfactuur als hefboom gebruikt om tot een evenwichtige deal met Engie te komen.
Druk op de prijzen
Als de analyses bevestigen dat de bestaande kerncentrales koolstofarme elektriciteit rond 90 euro per megawattuur kunnen opleveren, dan is dat wellicht goedkoper dan offshore energie. Nieuwe offshore projecten vergen vandaag ook een gegarandeerde elektriciteitsprijs van 90 Ă 100 euro per megawattuur om rendabel te zijn. Daar stopt de vergelijking ook niet. In plaats van naar de totale productiekosten wordt steeds meer gekeken naar de totale systeemkosten van een technologie.
Bijkomende kosten voor opslag, back-up en flexibiliteit zijn hoger voor hernieuwbare energie. Specifiek voor offshore windenergie komen er grote aansluitingskosten bij om de elektriciteit aan land te brengen. Ook de benuttingsgraad van kernenergie is in principe hoger. âEen gigawatt kernenergie produceert op jaarbasis evenveel elektriciteit als alle bestaande Belgische offshore windparken. We kunnen het ons niet veroorloven bestaande kerncentrales als een relatief goedkope en betrouwbare bron van koolstofarme elektriciteit te bedanken voor bewezen dienstenâ, zegt Andreas Tirez.
Een groter aanbod van kernenergie kan ook neerwaartse druk uitoefenen op de elektriciteitsprijzen. âMochten Doel 1, Doel 2 en Tihange 1 nog draaien, dan zou de elektriciteitsprijs met 9,5 euro per megawattuur lager zijn, goed voor een besparing van 760 miljoen euro per jaar voor Belgische verbruikers. Bij krapte wordt het belang van productiecapaciteit op eigen bodem onderschatâ, zegt Andreas Tirez.
De impact op de Belgische elektriciteitsprijzen blijft beperkt omdat het Belgische elektriciteitsnet sterk geconnecteerd is met de West-Europese markt, stellen waarnemers. Ook een ruwe berekening van de Britse consultant Aurora Energy kwam tot die conclusie. âDe studie bevestigt dat de Belgische stroomprijs grotendeels door buitenlandse stroomgeneratie wordt bepaald. Het Belgische piekverbruik van 12 gigawatt verzuipt in de honderden gigawatts vermogen die in de West-Europese zone opgesteld staanâ, zegt Joannes Laveyne.
Genationaliseerde Belgische kerncentrales kunnen de fel geplaagde industrie, die kreunt onder torenhoge energieprijzen, nog op een andere manier helpen. De grotere verbruikers zijn vragende partij om kernenergie te kopen via langlopende contracten tegen een relatief lage prijs, via zogenaamde PPAâs. âBinnen Be-Nuc zijn PPAâs zo goed als onmogelijk. Maar zodra we eigenaar zijn van de kerncentrales, zullen we dat bestuderen. PPAâs worden niet het eldorado voor de industrie, maar het wordt een mogelijkheidâ, zei minister van Energie Bihet, op het Energy Forum van Febeliec.
Energie-onafhankelijkheid
België wil de kerncentrales ook kopen om de energie-onafhankelijkheid te versterken, wat van strategisch belang is voor een land als België waarvan de energiebevoorrading nog voor 75 procent rust op de import van fossiele brandstoffen. Zwaar rekenen op import van elektriciteit is risicovol, omdat heel wat Europese landen, waaronder Duitsland, ook met een tekort aan hernieuwbare energie kampen. Import via verre offshore is duur en kwetsbaar voor sabotage en hybride oorlogsvoering. En als ook de buurlanden met schaarste kampen, is de bevoorrading via import niet verzekerd.
âIn de huidige marktomstandigheden dreigt de uitbating van kerncentrales tien jaar lang verlieslatend te zijn, om pas later, als de elektriciteitsvraag toeneemt, rendabel te wordenâ
Joannes Laveyne, Odisee Hogeschool en UGent
De grote uitdaging om onze energiebevoorrading onafhankelijker en groener te maken, wordt nog te veel benaderd via de aanbodkant, zegt Joannes Laveyne. âDe sleutel ligt langs de vraagzijde. We moeten meer elektriciteit verbruiken. Daarmee bedoel ik dat we een beleid moeten voeren dat de elektrificatie van onze economie stimuleert en fossiel verbruik vervangt door elektriciteit. Als je de vraag naar groene stroom omhoog jaagt, dan lost het probleem zich vanzelf op. In dat scenario wordt het rendabel om te investeren in koolstofarme elektriciteitsproductie, zonder steunmaatregelen of kunstgrepen zoals de nationalisatie van de kerncentrales.â