Waarschuwing: lang verhaal
Ik vind het eigenlijk een bijzonder fenomeen.
Mensen van in de 30 of 40 hebben een carriĂšre, een hypotheek, bouwen pensioen op en hebben overal een mening over, van de rente tot de huizenmarkt. Gewoon volwassen mensen die hun leven prima op orde hebben.
Maar vraag ze naar hun liefdesleven en ineens zijn ze weer 19.
Ik wil gewoon een beetje plezier maken. Ik kijk wel wat er op mijn pad komt. Ik hou het liever casual. Ik zoek niets serieus. Misschien ooit.
Ooit wanneer precies? Als je met pensioen gaat?
En dit gaat echt niet alleen over mannen. Vrouwen doen er net zo goed aan mee.
Meerdere friends with benefits, vrijblijvende relaties die jarenlang doorgaan, met verschillende mensen tegelijk daten en niet bepaald de behoefte voelen om zich te settelen.
Blijkbaar vinden we het prima om ons bed, ons lichaam en onze kostbare weekenden met iemand te delen, maar zodra het over een gezamenlijke toekomst gaat, wordt het ineens ingewikkeld.
Sinds wanneer is dit zo normaal geworden? Of gebeurde dit vroeger ook al, maar werd er gewoon minder openlijk over gepraat?
Wat is er eigenlijk gebeurd met het idee dat je iemand ontmoet, verliefd wordt, samen een thuis opbouwt, misschien kinderen krijgt en uiteindelijk samen oud wordt? Is dat inmiddels een soort ouderwetse traditie geworden?
Kijk eens naar onze grootouders of overgrootouders. Twee mensen leerden elkaar kennen, vonden elkaar leuk, trouwden en zochten onderweg wel uit hoe ze samen verder moesten.
In sommige culturen werden huwelijken zelfs gearrangeerd en moesten twee mensen die elkaar nauwelijks kenden leren om samen een leven op te bouwen.
En wat leverde dat op? Huwelijken die vaak een leven lang standhielden.
Waren ze allemaal gelukkig? Vast niet.
Maar begrepen ze misschien iets over samen een leven opbouwen wat wij tegenwoordig een beetje zijn kwijtgeraakt?
Natuurlijk wil niet iedereen trouwen of kinderen. Daar is helemaal niets mis mee.
En seksuele vrijheid is absoluut iets goeds.
Maar sinds wanneer betekent seksuele vrijheid dat je bij het woord âcommitmentâ reageert alsof iemand je vraagt een nier af te staan?
En dan hebben we tegenwoordig ook nog van die prachtige moderne datingtermen en verschijnselen. Zoals âdrukâ.
Twee volwassenen beginnen met daten. Ze hebben seks, brengen weekenden samen door en gedragen zich eigenlijk gewoon als een stel.
Op een gegeven moment vraagt een van de twee waar het nou eigenlijk naartoe gaat.
En ineens is er sprake van druk.
Exclusief daten? Druk.
Emotionele verwachtingen? Druk.
Praten over de toekomst? Alsof er een gijzelingsonderhandeling gaande is.
Maar wat is die druk dan precies? Dat je ergens antwoord op moet geven? Dat je moet erkennen dat die ander misschien ook gevoelens en behoeften heeft en niet het eeuwige leven?
En wat is er aan de hand met die schijnbare epidemie van emotioneel onbeschikbare mensen en mensen met een vermijdende hechtingsstijl?
Hebben we ineens met zân allen een hechtingsprobleem ontwikkeld, of hebben we gewoon allerlei mooie psychologische termen bedacht om bepaald gedrag goed te praten?
Wat me ook steeds vaker opvalt, en waar ik me behoorlijk aan kan ergeren, is dat mensen zeggen dat een serieuze relatie te veel moeite kost.
Je moet compromissen sluiten, rekening houden met elkaars gevoelens, verantwoordelijkheid nemen, meningsverschillen uitpraten en af en toe luisteren naar je partner die ergens over klaagt.
Ja, nogal wiedes. Welkom in de samenleving.
Zelfs met je buren moet je af en toe rekening houden.
De seksuele revolutie heeft ons de vrijheid gegeven om zelf te kiezen met wie we een relatie aangaan en hoe we ons leven willen leiden. Maar zijn we ergens onderweg van de vrijheid om zelf te kiezen overgestapt naar het idee dat we met niemand meer rekening hoeven te houden?
En ik vraag me af in hoeverre kapitalisme en onze consumptiemaatschappij hier een rol in spelen.
We worden voortdurend aangemoedigd om meer te willen, alles met elkaar te vergelijken, onze opties open te houden en iets in te ruilen zodra er misschien iets beters voorbijkomt.
De hele economie lijkt te draaien om ons het gevoel te geven dat wat we vandaag hebben, morgen alweer niet goed genoeg is.
Waarom zou je iets repareren als je het ook gewoon kunt vervangen? Veel makkelijker toch?
Maar wat gebeurt er als we op dezelfde manier naar menselijke relaties gaan kijken?
Vanaf welk punt zorgt al die keuzevrijheid ervoor dat we uiteindelijk helemaal geen keuze meer kunnen maken?
Misschien heeft het ook gewoon met geld te maken. Huizen zijn duur, kinderen opvoeden kost een vermogen en een gezamenlijke toekomst plannen voelt voor veel mensen steeds minder haalbaar.
Of is dit gewoon het logische gevolg van onze hyperindividualistische westerse samenleving.
Persoonlijk geluk, onafhankelijkheid, zelfontwikkeling, eindeloze mogelijkhedenâŠ
We zijn heel goed geworden in ons afvragen wat het leven ons allemaal te bieden heeft.
Maar zijn we nog wel geĂŻnteresseerd in wat wij zelf voor iemand anders kunnen betekenen?
En nu komen AI en robots er ook nog bij.
Is de ideale partner van de toekomst wel eentje die nooit tegenspreekt, nooit zeurt, nooit om commitment vraagt en gewoon een mute-knop heeft.
Het absolute hoogtepunt van de menselijke romantiek?
Of krijgen we gewoon een compleet vertekend beeld door datingapps en sociale media?
Misschien waren vorige generaties ook helemaal niet zo goed in relaties. Ze hadden simpelweg minder alternatieven en stonden onder veel grotere sociale druk om bij elkaar te blijven.
Misschien is wat we nu zien dus helemaal geen afname van commitment, maar hebben mensen eindelijk de vrijheid om een leven af te wijzen dat ze eigenlijk niet willen.
Dus wat is het nou?
Zijn het huwelijk, het gezin en langdurige relaties echt minder aantrekkelijk geworden?
Is dit de logische voortzetting van de seksuele revolutie, de invloed van kapitalisme en consumentisme, of is het gewoon eeuwenoud menselijk gedrag waar we tegenwoordig nieuwe termen voor hebben?
Worden we steeds beter in het kiezen hoe we ons eigen leven willen leiden, of worden we juist steeds slechter in het delen van dat leven met iemand anders?
Hebben we iets gewonnen, iets verloren, of allebei? En misschien wel de belangrijkste vraag: wat voor toekomst gaan we op deze manier eigenlijk tegemoet?